ECLI:NL:RBNNE:2020:3776
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep wegens onredelijk late ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen herkeuring WIA-uitkering
Eiser heeft op 26 januari 2016 een WIA-uitkering aangevraagd, welke door het UWV bij besluit van 9 maart 2016 werd geweigerd. Na bezwaar en beroep werd dit besluit bevestigd. Op 25 september 2016 verzocht eiser om een herkeuring, maar het UWV nam geen besluit op dit verzoek.
Eiser stelde het UWV pas op 3 november 2019 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en diende op 29 november 2019 beroep in tegen het uitblijven van een besluit. Het UWV verweerde zich met de stelling dat het verzoek niet in behandeling werd genomen en dat eiser hiervan op de hoogte was.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek om herkeuring als een aanvraag in de zin van de Awb moest worden beschouwd, maar dat eiser ruim drie jaar onredelijk lang had gewacht met het in gebreke stellen van het UWV. De stelling van eiser dat een burn-out hem verhinderde eerder te handelen, werd niet aannemelijk geacht.
Daarom was het indienen van de ingebrekestelling te laat en was het UWV geen dwangsom verschuldigd. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het verzoek om herkeuring wordt ongegrond verklaard vanwege onredelijk late ingebrekestelling.