Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 9 november 2020 in de zaken tussen
GroenLeven B.V., gevestigd te Heerenveen, vergunninghoudster,
Procesverloop
Overwegingen
Kamerstukken II2007/08, 31 326, nr. 3, p. 5). Afgezien dat de zonneparken naast elkaar liggen, hebben eiseressen niet onderbouwd dat er tussen beide zonneparken enige samenhang is. In het besluit van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 9 september 2020 wordt bovendien aangegeven dat die samenhang er ook niet is. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat beide zonneparken niet als één productie-installatie zijn aan te merken. Aldus heeft verweerder zich terecht bevoegd geacht om op de aanvraag van vergunninghoudster te beslissen. Deze beroepsgrond van eiseressen slaagt niet.
Beslissing
Rechtsmiddel
Bijlage - toepasselijke wet- en regelgeving
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit:
Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, wordt de omgevingsvergunning geweigerd indien:
In gevallen als bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt de aanvraag mede aangemerkt als een aanvraag om een vergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, en wordt de vergunning op de grond, bedoeld in het eerste lid, onder c, slechts geweigerd indien vergunningverlening met toepassing van artikel 2.12 niet mogelijk is."
Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, kan de omgevingsvergunning slechts worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en:
Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit waarvoor voor het verlenen van de omgevingsvergunning een verklaring vereist is als bedoeld in artikel 2.27, eerste lid, wordt de omgevingsvergunning voor die activiteit geweigerd indien de verklaring is geweigerd."
In bij wet of algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën gevallen wordt een omgevingsvergunning niet verleend dan nadat een daarbij aangewezen bestuursorgaan heeft verklaard dat het daartegen geen bedenkingen heeft. Bij een maatregel als bedoeld in de eerste volzin worden slechts categorieën gevallen aangewezen waarin voor het verrichten van de betrokken activiteit een afzonderlijke toestemming van het aangewezen bestuursorgaan wenselijk is gezien de bijzondere deskundigheid die dat orgaan ten aanzien van die activiteit bezit of de verantwoordelijkheid die dat orgaan draagt voor het beleid dat betrekking heeft op de betrokken categorie activiteiten. Bij die maatregel kan worden bepaald dat het aangewezen bestuursorgaan categorieën gevallen kan aanwijzen waarin de verklaring niet is vereist."
sprake moet zijn van een combinatie met andere functies en/of dat het op gebieds-niveau tot integrale meerwaarde leidt.”
Wij streven ernaar dat al het in Drenthe beschikbare en geschikte dakoppervlak zo veel mogelijk wordt benut voor de productie van zonne-energie. Voor opstellingen van zonnepanelen op de grond hanteren wij een ‘Ja, mits’-benadering.
.
.
Voor het toestaan van zonneparken worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:
Deze uitgangspunten hebben geleid tot de gemeentelijke zonneladder. De zonneladder brengt hiërarchie aan in het beoordelen van de geschiktheid van locaties voor het winnen van zonne-energie. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in vier soorten locaties:
0. Uitzonderingsgebieden;
1. Op daken;
2. Binnen bebouwd gebied;
3. Buiten de bebouwde kom.
Elk zonnepark een verandering van het landschapsbeeld met zich zal brengen. Daarom wordt een maximummaat voor het totaal aan zonneparken in het landelijk gebied gehanteerd. Deze maat is afhankelijk van het landschapstype (zie voor deze gebieden de overzichtskaart die als bijlage 3 in dit afwegingskader is opgenomen). In vrijwel alle gebieden wordt er vanuit gegaan dat maximaal 20% van de totale oppervlakte per landschapstype mag worden benut als zonnepark. In deze optelling worden ook de eventuele zonneparken bij bedrijventerreinen en dorpen meegerekend.
Omwonenden worden betrokken bij de planvorming en krijgen de mogelijkheid om te participeren in het plan. Dit wordt uitgewerkt in een participatieplan."
Indien vanwege bijzondere omstandigheden de toepassing van het afwegingskader zonne-energie Hoogeveen, naar het oordeel van het college, zou leiden tot een onredelijke, maatschappelijke of landschappelijk/cultuur-historisch onverantwoorde beslissing, behoudt het college het recht om af te wijken van het bepaalde in dit kader."