ECLI:NL:RVS:2017:345
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing schadefonds geweldsmisdrijven over psychisch letsel en letselcategorie
De zaak betreft het hoger beroep van een appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam inzake de toekenning van een uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven. De appellant had een uitkering ontvangen op basis van letselcategorie 4 voor immateriële schade na een verkrachting, maar vorderde een hogere uitkering op grond van een ernstiger psychische aandoening en haar jeugdige leeftijd.
De rechtbank had geoordeeld dat de CSG met een medisch advies voldoende had onderbouwd dat het letsel binnen letselcategorie 4 valt en dat het beleid van de CSG, waarbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen volwassenen en minderjarigen bij de beoordeling van psychisch letsel, niet onredelijk is. De appellant kon geen concrete medische gegevens overleggen die een hogere letselcategorie rechtvaardigen.
In het hoger beroep handhaaft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dit oordeel. De Afdeling bevestigt dat het oude beleid van toepassing is omdat de appellant niet om toepassing van het nieuwe beleid had verzocht. De medische informatie en het advies van de medisch adviseur rechtvaardigen geen hogere letselcategorie. Ook is het beleid om geen onderscheid naar leeftijd te maken bij psychisch letsel niet onredelijk of onjuist. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat de uitkering terecht is toegekend op basis van letselcategorie 4 zonder leeftijdsverschil.