ECLI:NL:RBNNE:2020:3853
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid klaagschrift inzake conservatoir beslag op appartement
Klager diende een klaagschrift in op grond van artikel 30 WWETGC Pro tegen het conservatoir beslag dat was gelegd op een appartement dat op naam van klager stond, maar oorspronkelijk eigendom was van zijn vader, die een betalingsverplichting had opgelegd gekregen in België.
De rechtbank onderzocht de ontvankelijkheid van het klaagschrift. Artikel 30 WWETGC Pro regelt conservatoir beslag in het kader van de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse beslissingen tot confiscatie, maar verwijst niet naar de klaagschriftprocedure van artikel 552a Sv. Daarnaast is het verhaal op voorwerpen waarop conservatoir beslag is gelegd geregeld in artikel 6:4:4 Sv Pro en vindt plaats volgens het Burgerlijk Wetboek.
De Hoge Raad heeft eerder geoordeeld dat bij een onherroepelijke beslissing tot tenuitvoerlegging het verhaal op goederen via het Burgerlijk Wetboek verloopt en dat klaagschriften op grond van artikel 552a Sv dan niet ontvankelijk zijn. In deze zaak was de beslissing tot tenuitvoerlegging inmiddels onherroepelijk, zodat de rechtbank klager niet-ontvankelijk verklaarde.
De rechtbank wees het klaagschrift af en verklaarde klager niet-ontvankelijk. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige raadkamer van de rechtbank Noord-Nederland op 11 maart 2020.
Uitkomst: Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in het klaagschrift tegen het conservatoir beslag.