Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Leeuwarden, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
gebruikvoor de bedrijfsactiviteiten is. Omdat het om evenredigheid gaat, is dus de verhouding van het privégebruik ten opzichte van het bedrijfsmatige gebruik van belang. De splitsing die eiser voorstaat, op basis van de aanschafkosten of aanschafwaarde van de (verschillende componenten van de) onroerende zaak is daarom niet juist. Ook afgezien van deze maatstaf is er geen plaats voor het (in gedachten) splitsen van de HRe-ketel in een deel dat alleen ziet op de stirlingmotor en een deel dat alleen ziet op de CV-ketel. De reden is dat de belastingheffing aansluit bij de feiten zoals deze zich in de werkelijkheid hebben voorgedaan. Feit is dat er sprake is van één geïntegreerde HRe-ketel, zo is deze ook geleverd. Dat het technisch mogelijk is om de stirlingmotor in een aparte kast naast een cv-ketel te monteren, zoals eiser heeft verdedigd, maakt voor deze zaak dus niet uit, omdat eiser nu eenmaal een geïntegreerde HRe-ketel heeft gekocht. De omvang van het recht op aftrek wordt dus uitsluitend bepaald door het gebruik van de (gehele) ketel voor btw-belaste bedrijfsdoeleinden, zijnde de levering van elektriciteit aan het net.
gebruikmoet worden gemeten, oftewel welke maatstaf daarvoor moet worden gehanteerd. Voor de beantwoording van deze vraag bevat de uitvoeringsbeschikking omzetbelasting (OB) een aanknopingspunt. Uit artikel 11, vierde lid van de uitvoeringsbeschikking OB blijkt dat de in artikel 15, eerste lid, laatste alinea van de Wet OB bedoelde aftrek over uitgaven in verband met een onroerende zaak worden berekend op basis van het werkelijke gebruik van die onroerende zaak. Als uitgangspunt voor het recht op aftrek moet dus het
werkelijke gebruikgenomen worden.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- stelt de beschikking teruggaaf omzetbelasting vast op € 414;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 174 aan eiser te vergoeden.