ECLI:NL:RBNNE:2020:5060
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schadevergoeding aardbevingsschade gevelwoning Groningen
Eiser, eigenaar van een tussenwoning in Groningen, stelde schade te hebben geleden door bodembeweging als gevolg van mijnbouwactiviteiten. Hij ontving een schadevergoeding van verweerder, het Instituut Mijnbouwschade Groningen, maar was het niet eens met de hoogte hiervan omdat zijn herstelkosten hoger waren.
Na bezwaar en een hoorzitting werd het bezwaar ongegrond verklaard. De deskundigen van verweerder hadden de schade beoordeeld en een vergoeding vastgesteld die voldoende was voor herstel naar de oorspronkelijke staat, inclusief cosmetisch en constructief herstel. De rechtbank oordeelde dat de door eiser gemaakte extra kosten betrekking hadden op een substantiële verbetering van de gevel, wat niet onder ruimhartig schadeherstel valt.
De rechtbank volgde de deskundigen en verweerder, en concludeerde dat er geen concrete aanwijzingen waren om aan de juistheid van het schadeadvies te twijfelen. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de hoogte van de schadevergoeding wordt ongegrond verklaard.