ECLI:NL:RBNNE:2020:1935
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijsvermoeden en schadevergoeding in zaak mijnbouwschade Groningen
Eiser verzocht vergoeding van schade aan zijn woning veroorzaakt door mijnbouwactiviteiten in het Groningenveld. De Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen (TCMG) wees een deel van de schade toe en wees andere schades af op basis van deskundigenrapporten. De rechtbank beoordeelde of de besluiten van de TCMG bestuursrechtelijk zijn en of het bewijsvermoeden van artikel 6:177a BW correct is toegepast.
De rechtbank stelde vast dat de besluiten van de TCMG bestuursrechtelijke besluiten zijn, ondanks het civielrechtelijke karakter, en dat de bestuursrechter deze inhoudelijk mag toetsen. De rechtbank oordeelde dat het bewijsvermoeden pas weerlegd is indien met voldoende zekerheid een andere uitsluitende oorzaak dan bodembeweging door gaswinning kan worden aangetoond. Verweerder mocht het deskundigenrapport van Lubbers volgen dat voor dertien schades een andere oorzaak aanwees.
Verder was eiser het niet eens met de herstelmethoden en kostenbegroting. De rechtbank vond dat verweerder zich terecht op het deskundigenoordeel heeft gebaseerd en dat eiser onvoldoende onderbouwing had geleverd voor zijn kritiek. Wel stelde de rechtbank vast dat een schadepost was vergeten en verhoogde de schadevergoeding dienovereenkomstig. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit voor zover het de schadevergoeding betrof en stelde de schadevergoeding vast op € 6.672,74 plus wettelijke rente. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verhoogt de schadevergoeding tot € 6.672,74 plus wettelijke rente en verklaart het beroep gegrond.