Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
beschikking van de enkelvoudige kamer van 11 februari 2020
[verzoeker] ,
[verweerster] ,
.
Rechtbank Noord-Nederland
In deze zaak staat de vraag centraal of aan de man, die in voorlopige hechtenis zit wegens betrokkenheid bij ernstige geweldsdelicten, het recht op omgang met zijn dochter kan worden ontzegd. De rechtbank baseert zich op een onderzoeksrapport van de Raad voor de Kinderbescherming, waarin wordt geconcludeerd dat omgang ernstig nadeel oplevert voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind. Zowel de vrouw als de Raad adviseren ontzegging van het omgangsrecht.
De man betwist het advies, maar voert geen concrete bezwaren tegen de onderzoeksrapportage aan. De rechtbank neemt het advies over en stelt vast dat de man ernstige psychiatrische problemen heeft, waaronder wanen die hebben geleid tot geweldsdelicten tegen derden. Tevens bedreigt hij de vrouw stelselmatig, wat de veiligheid en het welzijn van het kind verder in gevaar brengt.
Gelet op deze omstandigheden acht de rechtbank omgang niet in het belang van het kind en ontzegt de man het recht op omgang. Daarnaast wijzigt de rechtbank de alimentatieverplichting van de man naar nihil met ingang van 11 januari 2018, vanwege zijn langdurige detentie en gebrek aan draagkracht. De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd, ieder draagt zijn eigen kosten.
Uitkomst: De rechtbank ontzegt de man het recht op omgang met zijn dochter en stelt de alimentatieverplichting op nihil wegens langdurige detentie.