ECLI:NL:RBNNE:2021:1094
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontnemingsvordering wegens ontbreken aannemelijk wederrechtelijk voordeel bij medeplegen hennepteelt
De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde, die was veroordeeld voor medeplegen van hennepteelt in een woning te Groningen. De vordering werd aanvankelijk gesteld op €33.436,06 en later verlaagd tot €8.359,02.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat veroordeelde daadwerkelijk voordeel heeft behaald uit de opbrengst van de hennepkwekerij. De hennepteelt maakte deel uit van een grotere organisatie waarbij meerdere verdachten betrokken waren, en veroordeelde had een uitvoerende rol zonder concrete aanwijzingen dat hij de opbrengst persoonlijk heeft verkregen.
Gezien het ontbreken van specifieke aanwijzingen en het feit dat het politieonderzoek zich niet richtte op het vaststellen van het individuele voordeel, kon de rechtbank geen schatting maken van het voordeel van veroordeelde. Daarom wees de rechtbank de ontnemingsvordering af.
Uitkomst: De rechtbank wijst de ontnemingsvordering af wegens onvoldoende bewijs van daadwerkelijk wederrechtelijk voordeel.