Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[A] ,
De beslissing:
Waarvan proces-verbaal,
Rechtbank Noord-Nederland
Werknemer [A], meer dan 20 jaar in dienst bij Dak Totaal Noord B.V., raakte arbeidsongeschikt na een ongeval bij het mengen van stoffen om vuurwerk te maken. De werkgever stopte de loonbetaling per 29 december 2020 op grond van artikel 7:629 lid 3 BW Pro, stellende dat sprake was van opzet gericht op arbeidsongeschiktheid.
De kantonrechter oordeelde dat opzet in de zin van de wet vereist is dat de werknemer het intreden van arbeidsongeschiktheid beoogde, wat hier niet aannemelijk was. Daarnaast was het onverwijldheidsvereiste van artikel 7:629 lid 7 BW Pro niet nageleefd omdat de werkgever pas na ruim een maand de loonstopzetting mededeelde.
De loonvordering werd daarom toegewezen tot 70% van het brutoloon, conform het wettelijke minimum, waarbij de suppletie van 30% werd afgewezen in dit kort geding wegens mogelijke redelijkheidsoverwegingen in een bodemprocedure.
De werkgever werd veroordeeld tot betaling van het loon vanaf 29 december 2020 en tot vergoeding van proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De loonvordering wordt toegewezen tot 70% van het loon vanaf 29 december 2020 wegens ontbreken van opzet en schending van het onverwijldheidsvereiste.