ECLI:NL:RBNNE:2021:1554
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens vergissing bestuursorgaan
Verzoekster stelde beroep in tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een onroerende zaak. Na een uitspraak op bezwaar waarbij de waarde werd verlaagd, trok verzoekster het beroep in nadat verweerder tegemoet was gekomen aan de grief.
De rechtbank oordeelde dat de gemaakte kosten voor het instellen van hoger beroep en het inschakelen van beroepsmatige rechtsbijstand niet onredelijk waren, ondanks een vergissing van verweerder bij het toekennen van proceskostenvergoeding voor het bijwonen van een hoorzitting.
De rechtbank kende een proceskostenvergoeding toe van € 267, gebaseerd op een wegingsfactor van 0,5 vanwege de lichte aard van de zaak waarin alleen de proceskosten nog in geschil waren. Tevens wees de rechtbank erop dat verweerder het betaalde griffierecht van € 360 aan verzoekster moet vergoeden.
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van € 267 aan proceskosten aan verzoekster.