Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2017 tot 25 juli 2020, op diverse data, te Stadskanaal, althans in Nederland, (meermalen) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2017 tot 25 juli 2020, te Stadskanaal, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (een) hoeveelhe(i)d(en) geld (te weten in totaal een bedrag van 140.481,50 euro) heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, en/of van voornoemd geld gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat dat geld geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2017 tot 25 juli 2020, te Stadskanaal, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (een) hoeveelhe(i)d(en) geld (te weten in totaal een bedrag van 140.481,50 euro) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl voornoemd geld – onmiddellijk – afkomstig was uit enig eigen misdrijf.
Beoordeling van het bewijs
Op 19 november 2019 besloot ik mijn dealer te appen en te bellen. Dit is [verdachte] . Ik heb [verdachte] bericht dat ik cocaïne wilde kopen. [verdachte] appte mij dat ik naar [bedrijf] aan de [straatnaam] te Stadskanaal moest komen. Volgens mij heet deze nu [bedrijf] . Ik ben er vervolgens naartoe gereden. Ik bleef in de auto zitten en zag dat de broer van [verdachte] , genaamd [medeverdachte] , vanuit voornoemde zaak naar mij toe kwam lopen. [medeverdachte] overhandigde mij 2 gripzakjes met daarin wit poeder (cocaïne) en ik betaalde [medeverdachte] 50 euro. Ik ga ervan uit dat het cocaïne is. Ik koop al langere tijd van [verdachte] . Cocaïne heeft op mij het effect dat het me wakker houdt, me energie geeft. [medeverdachte] is volgens mij de eigenaar van voornoemde zaak. Ik ben begonnen met een halve gram cocaïne. Daar betaalde ik 25 euro voor. Ik betaalde elke keer 50 euro per gram. Ik koop elke week wel cocaïne van [verdachte] . Ik kreeg de cocaïne vandaag van [medeverdachte] , maar meestal krijg ik het van [verdachte] .
Goednummer : PL0100-2019307924-1208188
Omschrijving : 2 gripzakjes met groene rand met in elk wit poeder
Het ontvangen materiaal met kenmerk AANI8045NL (poeder, wit, uit 0,59 gram) bevat cocaïne.
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 6 oktober 2020, opgenomen op pagina 339 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige 3] :
Sinds een jaar of vier koop ik mijn cocaïne van [verdachte] . Ik betaalde bij [verdachte] 50 euro per gram cocaïne. Hij had ook een duurdere variant, daar betaalde ik 60 euro per gram voor. Ik kocht meerdere keren per maand cocaïne van [verdachte] . Soms, als [verdachte] geen cocaïne kon leveren, kwam de broer van [verdachte] namelijk [medeverdachte] . Ik kocht dan dus mijn cocaïne van [medeverdachte] . Dit is ook meerdere keren voorgekomen. Als ik cocaïne gebruikte, werd ik weer wat frisser en scherper. Ik betaalde [verdachte] eigenlijk altijd cash voor de cocaïne. Soms betaalde ik per bank. [verdachte] stuurde me dan een betaalverzoek en dan maakte ik geld over. Als ik cocaïne wilde kopen belde of appte ik [verdachte] op [telefoonnummer 1] . De laatste keer dat ik cocaïne heb gekocht van [verdachte] was ergens begin 2020.
De laatste vier à vijf jaar koop ik mijn cocaïne bij [verdachte] . Ik belde of appte [verdachte] op de volgende nummers: [telefoonnummer 1] of [telefoonnummer 2] . Ik betaalde 60 euro voor een gram cocaïne. Ik weet dat hij een ook een goedkopere versie had, 50 euro per gram. Ik heb een keer of vier à vijf bij zijn broer [medeverdachte] gekocht, omdat [verdachte] zelf niet kon op dat moment. Ik kocht elk weekend cocaïne van [verdachte] , soms vijf keer op een avond. De laatste keer dat de cocaïne van [verdachte] heb gekocht, was vlak voordat hij werd opgepakt, dus ergens juli 2020. Ik betaalde [verdachte] zowel cash als per bank. In die betaalverzoeken staat wel iets van etentje, bbq of iets dergelijks. Dit was allemaal voor cocaïne. Ik heb nooit iets anders gekocht bij [verdachte] dan cocaïne.
Collega [verbalisant] deelde mij, verbalisant, mede dat hij het volgende nummer van [verdachte] had gekregen: [telefoonnummer 2] .
€ 1.160. De rechtbank kan op basis van de stukken echter niet vaststellen dat [naam 2] getuige Robin Faber betreft en zal de overboekingen door [naam 2] voor een totaalbedrag van € 1.160 dan ook buiten beschouwing laten.
€ 1.000 - € 4.025 - € 2.325 - € 1.250 - € 1.500 - € 5 - € 1.160 =) € 128.466,50.
Bewezenverklaring
hij in de periode van 1 januari 2017 tot 25 juli 2020 op diverse data te Stadskanaal meermalen tezamen en in vereniging met een ander telkens opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd een hoeveelheid cocaïne, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
hij in de periode van 1 januari 2017 tot 25 juli 2020 te Stadskanaal tezamen en in vereniging met een ander een bedrag van 128.466,50 euro heeft verworven en voorhanden gehad, terwijl hij wist dat dat geld onmiddellijk afkomstig was uit enig misdrijf;
hij in de periode van 1 januari 2017 tot 25 juli 2020 te Stadskanaal tezamen en in vereniging met een ander een bedrag van 128.466,50 euro heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl voornoemd geld onmiddellijk afkomstig was uit enig eigen misdrijf.