ECLI:NL:RBNNE:2021:166
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit handel in cocaïne
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 25 januari 2021 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De officier van justitie vorderde aanvankelijk een bedrag van €140.481,50, dat later werd bijgesteld tot €49.575. Na behandeling ter terechtzitting werd het bedrag vastgesteld op €47.158,00.
De vordering betrof het financiële voordeel dat veroordeelde heeft genoten uit de handel in cocaïne in de periode van 1 januari 2017 tot 25 juli 2020. De rechtbank baseerde haar oordeel op het vonnis van de meervoudige kamer, proces-verbalen van bevindingen en een correctie van de berekening door het Openbaar Ministerie. De brutowinst werd vastgesteld op €128.466,50, waartegen inkoopkosten van €81.308,50 werden afgewogen, resulterend in een nettowinst van €47.158,00.
Omdat geen verklaring werd gegeven over de winstverdeling tussen veroordeelde en medeveroordeelde, werd schattenderwijs 70% van de nettowinst aan veroordeelde toegerekend, zijnde €33.010,60. De rechtbank legde veroordeelde deze betalingsverplichting op en bepaalde de maximale duur van gijzeling op 660 dagen. De overige vorderingen van de officier van justitie werden afgewezen.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht €33.010,60 te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit cocaïnehandel.