ECLI:NL:RBNNE:2021:2277
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning aan open vaarwater met haven en ligplaatsen
De rechtbank Noord-Nederland behandelde het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een vrijstaande woning met haven aan open vaarwater per 1 januari 2019. Verweerder stelde de waarde vast op €673.000, terwijl eiser een lagere waarde van €581.000 betoogde.
Verweerder onderbouwde zijn waarde met een taxatierapport en matrix, waarin vijf vergelijkingspercelen werden gebruikt, waaronder twee percelen aan open vaarwater. Eiser gebruikte een eigen matrix met drie vergelijkingspercelen, geen van allen aan open vaarwater gelegen. De rechtbank oordeelde dat verweerder de waarde aannemelijk had gemaakt, mede omdat de ligging aan open vaarwater een zwaarwegend waardeverhogend aspect is en verweerder dit in zijn matrix had verwerkt.
De rechtbank nam ook de verschillen tussen de vergelijkingspercelen mee, waarbij verweerder voldoende rekening had gehouden met verschillen in opstal en ligging. De stelling van eiser dat verweerder ten onrechte correcties had toegepast op grondwaarden werd verworpen. Een verzoek om inzage in grondstaffels werd als te laat ingediend buiten beschouwing gelaten.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de vastgestelde WOZ-waarde van €673.000 bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €673.000 wordt ongegrond verklaard.