Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Procesverloop
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 400,00(2x € 200,00)
Rechtbank Noord-Nederland
Eiser, werknemer bij gedaagde, is tijdens werkzaamheden op 19 oktober 2020 van een huishoudtrap gevallen die op een verrolbare kamersteiger stond, waardoor hij ernstig letsel opliep. Gedaagde heeft het ongeval gemeld bij de Inspectie SZW, die een onderzoek deed en een rapport uitbracht.
Eiser vordert aansprakelijkheid van gedaagde op grond van artikel 7:658 BW Pro, stellende dat gedaagde haar zorgplicht heeft geschonden. Gedaagde betwist aansprakelijkheid en voert aan dat zij aan haar zorgplicht heeft voldaan en dat het ongeval het gevolg is van bewuste roekeloosheid van eiser.
De kantonrechter oordeelt dat gedaagde onvoldoende maatregelen heeft genomen om het valgevaar te voorkomen, zoals het ontbreken van toezicht, een onvolledige RI&E en het ontbreken van een veilige werkinstructie. Ook is onvoldoende onderbouwd dat eiser voldoende is geïnstrueerd. Het verweer van bewuste roekeloosheid faalt omdat niet is komen vast te staan dat eiser zich bewust was van het roekeloze karakter van zijn handelen. Gedaagde wordt aansprakelijk gehouden en veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde is aansprakelijk voor het letsel van eiser door val van steiger en wordt veroordeeld in de proceskosten.