Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.De beslissing
Arnhem-Leeuwarden.
Rechtbank Noord-Nederland
De man verzoekt de rechtbank om de alimentatieplicht voor zijn jongmeerderjarige dochter, die vanaf haar 18e niet meer studeerde en fulltime werkte, met terugwerkende kracht te beëindigen. Hij stelt dat zij volledig in haar eigen levensonderhoud kon voorzien en dat zij onterecht alimentatie heeft gevorderd en ontvangen via loonbeslag.
De dochter betwist dat zij fulltime werkte en voldoende inkomen had. Zij stelt dat zij slechts parttime werkte tegen minimumloon, schulden had en dat haar moeder en oma financieel moesten bijspringen. Zij heeft het loon deels contant ontvangen, wat zij als onbelaste vergoeding beschouwt, en heeft pas recent een kappersopleiding via een leren-werken traject gestart.
De rechtbank overweegt dat ouders onderhoudsplichtig zijn tot de jongmeerderjarige 21 jaar is, ongeacht behoeftigheid, maar dat wel rekening wordt gehouden met structurele eigen inkomsten. De rechtbank acht de stelling van de vader dat de dochter een hoger inkomen had dan opgegeven aannemelijk, mede door verklaringen en WhatsApp-berichten. De dochter heeft dit onvoldoende weersproken en geen volledige financiële inzage gegeven.
De rechtbank stelt de behoefte van de dochter vast op €355,88 per maand en concludeert dat zij vanaf haar 18e volledig in haar levensonderhoud kon voorzien. De alimentatieplicht wordt daarom met terugwerkende kracht beëindigd vanaf haar 18e verjaardag. Tevens moet de dochter de onterecht ontvangen alimentatie terugbetalen, waarbij de rechtbank de vader oproept tot een redelijke betalingsregeling.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld.
Uitkomst: De alimentatieplicht van de vader wordt met terugwerkende kracht vanaf de 18e verjaardag van de dochter beëindigd en de dochter moet onterecht ontvangen alimentatie terugbetalen.