De zaak betreft een ambtenaar die sinds 2017 bij de gemeente werkzaam was en in 2020 werd geschorst vanwege een strafrechtelijk onderzoek naar mishandeling en brandstichting van een collega met wie hij een relatie had gehad. Na zijn veroordeling tot 13 jaar gevangenisstraf heeft de gemeente een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst ingediend, primair op grond van verwijtbaar handelen (e-grond) en subsidiair op verstoorde arbeidsverhouding (g-grond).
De kantonrechter overweegt dat de feiten en omstandigheden vóór het incident in april 2020 niet leiden tot ontbinding op de e-grond vanwege rechtszekerheidsbeginsel en het ontbreken van eerdere sancties. Ten aanzien van het strafrechtelijk incident acht de kantonrechter ontbinding op de e-grond niet gerechtvaardigd zolang het vonnis niet onherroepelijk is. Wel is de g-grond van verstoorde arbeidsverhouding aanwezig, omdat het vertrouwen en de arbeidsrelatie onherstelbaar zijn beschadigd, ook indien het hoger beroep tot vrijspraak zou leiden.
De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 oktober 2021. De ambtenaar heeft recht op een transitievergoeding van €6.669,41 bruto, maar geen billijke vergoeding omdat geen ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever is vastgesteld. De gemeente wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €747. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.