De rechtbank Noord-Nederland heeft op 27 augustus 2021 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van het voorbereiden van een hennepkwekerij door het bezit van diverse voorwerpen bestemd voor illegale hennepteelt. Verdachte werd aangehouden na een doorzoeking van zijn voertuig, waarbij onder meer koolstoffilters, een kistafzuiging, een waterton met luchtslangen, jerrycans met meststoffen en een schakelbord werden aangetroffen.
De verdediging stelde meerdere vormverzuimen aan de kaak, waaronder schending van de verbaliseringsplicht en onrechtmatige doorzoeking, en verzocht om niet-ontvankelijkheid of bewijsuitsluiting. De rechtbank verwierp deze verweren en oordeelde dat de doorzoeking en het bewijs rechtmatig waren verkregen. Verdachte bekende ter zitting dat hij de voorwerpen had aangeschaft met de intentie een hennepkwekerij op te zetten om een schuld af te lossen.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte wist dat de aangetroffen goederen bestemd waren voor strafbare feiten zoals bedoeld in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet. Verdachte werd veroordeeld tot een taakstraf van 30 uur, met een vervangende hechtenis van 15 dagen bij niet-nakoming. De straf werd passend geacht gezien de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.