ECLI:NL:RBNNE:2021:4004
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Verklaring Omtrent het Gedrag voor rijinstructeur na zedendelict
Verzoeker diende op 16 juni 2021 een aanvraag in voor een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) om zijn rijschool te kunnen heropenen en zijn chauffeurspas te verlengen. De Minister voor Rechtsbescherming wees de aanvraag af vanwege een veroordeling uit 2015 voor prostitutie door een minderjarige, een zedendelict waarvoor geen beperkte terugkijktermijn geldt.
Verzoeker voerde aan dat de terugkijktermijn van vijf jaar zou moeten gelden en dat hij geen gezags- of afhankelijkheidsrelatie heeft met leerlingen, maar de voorzieningenrechter oordeelde dat de Minister terecht het objectieve criterium toepaste. Dit criterium houdt in dat een herhaling van het delict een risico vormt voor de samenleving en de behoorlijke uitoefening van de functie belemmert.
Ook het subjectieve criterium werd toegepast, waarbij de Minister het verscherpte toetsingskader hanteerde vanwege de aard van het delict en de functie met gezagsrelatie. Verzoekers betoog dat hij doelbewust werd misleid en dat het delict niet in de context van zijn werk plaatsvond, werd niet gevolgd. De voorzieningenrechter concludeerde dat de weigering van de VOG niet evident disproportioneel is en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en bevestigt de afwijzing van de VOG-aanvraag vanwege het zedendelict.