ECLI:NL:RBNNE:2021:4200
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Bindendheid uitspraak Huurcommissie en servicekostenverrekening tussen huurder en verhuurder
Tussen huurder en verhuurder bestond een huurovereenkomst die per 1 februari 2020 is geëindigd. De huurder had de Huurcommissie verzocht om vaststelling van haar betalingsverplichting voor gas, water, elektra en overige servicekosten over 2017. De Huurcommissie stelde vast dat de huurder €364,17 verschuldigd was, terwijl zij meer had betaald.
De huurder vorderde terugbetaling van het teveel betaalde bedrag vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. De verhuurder betwistte de bindendheid van de uitspraak omdat hij niet op de hoogte was gesteld en voerde daarnaast eigen vorderingen in reconventie in verband met diverse heffingen.
De kantonrechter oordeelde dat de wettelijke termijn van artikel 7:262 BW Pro van openbare orde is en ambtshalve moet worden toegepast. Omdat geen van partijen binnen acht weken na verzending van de uitspraak naar de rechter was gestapt, is de uitspraak bindend. De verhuurder werd veroordeeld tot betaling van het teveel betaalde bedrag en rente, alsmede proceskosten. De vorderingen van de verhuurder werden slechts gedeeltelijk toegewezen voor gebruikersheffingen, niet voor internetkosten of verhaal in het buitenland.
Uitkomst: De verhuurder wordt veroordeeld tot terugbetaling van €895,83 aan teveel betaalde servicekosten met rente, en de huurder tot betaling van €655,75 aan gebruikersheffingen.