ECLI:NL:RBNNE:2021:4548
Rechtbank Noord-Nederland
- Verstek
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en geen strafoplegging voor medeplichtigheid aan witwassen wegens overschrijding redelijke termijn
De rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte schuldig bevonden aan medeplichtigheid aan witwassen in verband met het ter beschikking stellen van een bankpas en pincode aan een ander in december 2017. Het witwassen betrof bedragen die afkomstig waren uit oplichting, waarbij verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde behulpzaam te zijn bij dit financieel delict.
De rechtbank oordeelde dat verdachte niet als medepleger kon worden aangemerkt omdat zijn bijdrage onvoldoende materieel en intellectueel gewicht had, maar wel medeplichtigheid. De strafbaarheid werd bevestigd omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig waren.
Bij de strafbepaling werd rekening gehouden met de ernst van het feit, de persoon van verdachte, het reclasseringsadvies en het feit dat verdachte begeleiding ontvangt vanwege ADHD en PTSS. Vanwege de overschrijding van de redelijke termijn sinds het eerste verhoor in maart 2018, besloot de rechtbank geen straf of maatregel op te leggen conform artikel 9a Sr.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het primair ten laste gelegde en van meer of anders ten laste gelegde feiten. De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd afgewezen wegens onduidelijkheid over de feitelijke beschikking over het geld.
Uitkomst: Geen straf of maatregel opgelegd wegens overschrijding redelijke termijn ondanks bewezen medeplichtigheid aan witwassen.