ECLI:NL:RBNNE:2021:4569
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens onvoldoende bewijs
De officier van justitie vorderde dat de rechtbank een bedrag van €945,59 zou vaststellen als wederrechtelijk verkregen voordeel en veroordeelde zou verplichten dit bedrag aan de staat te betalen. De behandeling vond plaats op 16 september en 14 oktober 2021.
Veroordeelde was reeds veroordeeld voor medeplichtigheid aan witwassen. De rechtbank oordeelde echter dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat veroordeelde daadwerkelijk het voordeel heeft verkregen. Het bedrag was overgeboekt terwijl veroordeelde in detentie verbleef en nadat de bankpas was aangetroffen bij een derde.
Daarom staat niet vast dat veroordeelde het voordeel heeft genoten. De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie tot ontneming af en spreekt dit uit in een openbare terechtzitting op 28 oktober 2021.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af wegens onvoldoende bewijs dat veroordeelde het voordeel heeft genoten.