ECLI:NL:RBNNE:2021:4554
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en toepassing artikel 9a Sr wegens medeplichtigheid aan witwassen met overschrijding redelijke termijn
De rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte schuldig bevonden aan medeplichtigheid aan witwassen door het ter beschikking stellen van zijn bankpas en pincode aan derden in augustus 2014. Verdachte heeft opzettelijk het witwassen gefaciliteerd door het gebruik van zijn bankrekening voor het ontvangen en opnemen van ongeveer 14.000 euro afkomstig uit misdrijven.
De verdediging voerde niet-ontvankelijkheid aan wegens overschrijding van de redelijke termijn, maar dit werd door de rechtbank verworpen op basis van jurisprudentie van de Hoge Raad. Wel werd de overschrijding van de redelijke termijn meegewogen bij de strafbepaling.
Hoewel de officier van justitie een taakstraf eiste, besloot de rechtbank toepassing te geven aan artikel 9a Sr, waardoor geen straf of maatregel werd opgelegd. Dit vanwege de ernst van de overschrijding en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn bipolaire stoornis en lage recidiverisico.
Verdachte werd vrijgesproken van het primair ten laste gelegde, maar het subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid aan witwassen werd bewezen verklaard. De rechtbank concludeerde dat verdachte niet als medepleger kan worden aangemerkt omdat zijn bijdrage onvoldoende materieel of intellectueel gewicht had.
De uitspraak werd gedaan op 28 oktober 2021 door de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland te Assen.
Uitkomst: Verdachte wordt strafbaar verklaard voor medeplichtigheid aan witwassen, maar krijgt geen straf opgelegd wegens overschrijding redelijke termijn.