Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Amsterdam, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Jaar
Rechtbank Noord-Nederland
Eiser, werkzaam bij de Belastingdienst, stelde dat de box 3-heffing over zijn vermogen in 2014 en 2015 een individuele en buitensporige last opleverde, in strijd met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM. Hij voerde aan dat het forfaitaire rendement hoger was dan het werkelijk behaalde rendement en dat zijn spaardoelen en inkomen uit werk en woning buiten beschouwing moesten blijven.
De rechtbank stelde vast dat de box 3-heffing lager was dan het met het vermogen behaalde rendement, waardoor eiser niet hoefde in te teren op zijn vermogen om de belasting te voldoen. De rechtbank verwierp het standpunt dat het inkomen uit werk en woning buiten beschouwing moest blijven en dat de spaardoelen relevant waren voor de beoordeling van de individuele en buitensporige last.
Daarnaast voerde eiser aan dat verweerder een dwangsom verschuldigd was wegens een rauw en overhaast besluit zonder dossierinzage en zonder hem te horen. De rechtbank overwoog dat ook een onzorgvuldig tot stand gekomen uitspraak op bezwaar als een beschikking in de zin van artikel 4:17, derde lid, Awb geldt en dat verweerder tijdig uitspraak had gedaan, zodat geen dwangsom verschuldigd was.
De beroepen van eiser tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2014 en 2015 werden ongegrond verklaard. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige belastingkamer van de Rechtbank Noord-Nederland op 5 november 2021.
Uitkomst: De beroepen tegen de box 3-heffing over 2014 en 2015 zijn ongegrond verklaard en er is geen dwangsom toegewezen.