Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Amsterdam, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Jaar
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland behandelde de beroepen van eiser tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over de jaren 2017, 2018 en 2019. Kernpunten waren de vraag of de box 3-heffing op regelniveau in strijd is met artikel 14 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en of deze heffing leidt tot een individuele en buitensporige last in strijd met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol (EP) bij het EVRM.
De rechtbank stelde vast dat zij geen oordeel kan geven over de regelniveau-vraag vanwege lopende massaal bezwaarprocedures. Ten aanzien van de individuele en buitensporige last concludeerde de rechtbank dat, ondanks dat de box 3-heffing hoger was dan het werkelijke rendement, eiser en zijn partner een voldoende hoog gezamenlijk inkomen hadden en geen aanwijzingen bestonden dat zij op hun vermogen moesten interen om de belasting te voldoen. Daarmee ontbrak een individuele en buitensporige last.
Daarnaast werd het geschil over een dwangsom wegens vermeende onzorgvuldige en overhaaste bezwaarafhandeling behandeld. De rechtbank overwoog dat een onzorgvuldige uitspraak op bezwaar niet automatisch leidt tot een dwangsom, zeker niet als binnen de wettelijke termijn uitspraak is gedaan. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen de box 3-heffing over 2017-2019 worden ongegrond verklaard en er is geen dwangsom verschuldigd.