Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres,
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Amsterdam, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Jaar
Rechtbank Noord-Nederland
Eiseres betwist de heffing van inkomstenbelasting over haar vermogen (box 3) voor de jaren 2014 en 2015 en stelt dat deze leidt tot een individuele en buitensporige last in strijd met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM. Zij voert aan dat het forfaitaire rendement in die jaren hoger was dan het werkelijk behaalde rendement en dat haar spaardoelen niet in aanmerking zijn genomen.
Verweerder heeft de aanslagen ambtshalve vermindering afgewezen en de bezwaren kennelijk ongegrond verklaard. Eiseres vordert tevens een dwangsom wegens vermeend onzorgvuldig handelen bij de bezwaarafhandeling. De rechtbank overweegt dat de beoordeling van een individuele en buitensporige last moet plaatsvinden in samenhang met de totale financiële situatie, inclusief inkomen uit werk en woning.
De rechtbank stelt vast dat de box 3-heffing lager was dan het daadwerkelijk behaalde rendement, zodat eiseres niet op haar vermogen hoefde in te teren om de belasting te voldoen. De door eiseres aangevoerde spaardoelen zijn niet relevant voor de beoordeling van de individuele last in de betreffende jaren. Ten aanzien van de dwangsom oordeelt de rechtbank dat tijdig uitspraak is gedaan en dat onzorgvuldigheid bij de bezwaarafhandeling niet leidt tot een dwangsom.
De beroepen worden daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen de box 3-heffing en het verzoek om dwangsom worden ongegrond verklaard.