Eiseres diende een aanvraag in voor schadevergoeding vanwege mijnbouwschade aan haar woning. Verweerder kende aanvankelijk een schadevergoeding toe, maar verklaarde het bezwaar van eiseres slechts gedeeltelijk gegrond. Eiseres stelde beroep in tegen het bestreden besluit, met name over de kwalificatie van bepaalde schades als mijnbouwschade en de hoogte van herstelkosten.
De rechtbank oordeelde dat het wettelijk bewijsvermoeden van artikel 6:177a BW van toepassing is, maar dat verweerder dit bewijsvermoeden toereikend heeft weerlegd voor de schades aan de buitengevel (schades 4, 10 en 11) door deskundigenrapporten waaruit blijkt dat deze schades het gevolg zijn van veroudering en achterstallig onderhoud. Tevens werd geoordeeld dat het gebruik van foto’s en mondelinge deskundigenopinies in bezwaarprocedure zorgvuldig was.
Ten aanzien van de herstelkosten voor de buitengevel en de keuken stelde eiseres hogere kosten voor, maar de rechtbank vond dat eiseres onvoldoende onderbouwing leverde om af te wijken van de door verweerder gehanteerde calculatiemodellen en deskundigenadviezen. Daarnaast werd het beroep gegrond verklaard voor het niet toekennen van proceskosten in bezwaar, waarna verweerder deze alsnog toekende. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten in beroep en griffierecht.