Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.R.D. POSTMA, en
N.B. LUIMSTRA-POSTMA,
[A],
1.De procedure
- het verzoekschrift,
- het verweerschrift,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
Op 1 januari 2019 was [A] betrokken bij een ernstig verkeersongeval als passagier in een auto bestuurd door haar zus, die geen geldig rijbewijs had. [A] liep een incomplete dwarslaesie op en is sindsdien rolstoelafhankelijk met 24-uurs zorg.
De auto was verzekerd bij Allianz onder naam van mevrouw [G], terwijl [A] zich frauduleus voordeed als [G] om de verzekering af te sluiten. Allianz stelde daarom dat de verzekering nietig was en weigerde schadevergoeding aan [A], stellende dat zij de facto verzekeringnemer was en zich schuldig had gemaakt aan bedrog.
De rechtbank oordeelde dat [A] als schuldloze inzittende op grond van artikel 6 WAM Pro een eigen recht op schadevergoeding heeft jegens Allianz, ongeacht de contractuele relatie tussen Allianz en [G]. Verzekeringsrechtelijke sancties kunnen niet aan [A] worden tegengeworpen. Een analoge toepassing van artikel 7:941 lid 5 BW Pro op [A] is niet toegestaan.
Wel is sprake van eigen schuld van [A] van 10% omdat zij wist dat haar zus geen rijbewijs had en toch instapte. Gezien de ernst van het letsel en de bescherming van de WAM acht de rechtbank een billijkheidscorrectie op zijn plaats, waardoor Allianz 100% van de schade moet vergoeden.
De rechtbank veroordeelde Allianz tot volledige schadevergoeding en betaling van de proceskosten van ruim €9.000, vermeerderd met griffierecht.
Uitkomst: Allianz is aansprakelijk voor de volledige schade van [A] ondanks haar frauduleuze gedragingen.