Uitspraak
Wij hebben de planning gemaakt voor augustus en september 2020, dat ligt vast, de dagelijkse gang van zaken moet hier ook doorgaan, het kan niet zo zijn dat er vanaf geweken wordt voor uw welbevinden of uw goeddunken, de planning zit helemaal vol.
Op 25 augustus 2020 bent u eerder uitgenodigd voor de in de bijlage genoemde bezwaren. U hebt van deze uitnodiging om u moverende redenen geen gebruik gemaakt.
Hoorgesprekken”het volgende is opgenomen:
U plant hoorgesprekken voor oktober, november en december 2020. U plant zojuist ontvangen weer een hoorgesprek voor 28 september 2020.
B.V. gemachtigde 2] en [B.V. gemachtigde]. zijn Nederlandse ondernemingen. Via deze ondernemingen bent u gemachtigd. De adviezen van de Belgische overheid zijn adviezen en betreffen niet-noodzakelijke reizen. Zakelijke reizen — zeker indien korter dan 48 uur — vallen daar niet onder. Ik stel vast dat u persoonlijk de keuze maakt de adviezen ruimer te interpreteren dan noodzakelijk. Kennelijk veroorzaakt dat een probleem voor de bedrijfsvoering van[
B.V. gemachtigde 2] en [B.V. gemachtigde].
B.V. gemachtigde 2] en [B.V. gemachtigde]. Ik acht de door u aangevoerde redenen niet relevant.”
U heeft de afgelopen weken gereageerd op een aantal uitnodigingen voor fysieke hoorgesprekken in Doetinchem. In alle gevallen wijst u de uitnodiging af vanwege de verscherpte corona-maatregelen in België en in Nederland. Wat daar ook van zij, u bent niet bereid deel te nemen aan een fysiek hoorgesprek in Doetinchem.
U refereert naar een voorstel wat wij u gedaan hebben, in het begin van het jaar, namelijk al gevolg van de corona crisis, starten met digitale toezending van 25 bezwaarschriften per week, uiterlijk op maandag om 10.00 uur en horen aan het eind van de week of de maandag volgende op de week van toezending.
- verklaart de beroepen met zaaknummers 20/3805 tot en met 20/3807, 21/1154 en 21/1156 tot en met 21/1159 ongegrond;
- verklaart de beroepen met zaaknummers 21/1153, 21/1155 en 21/1160 gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar inzake de op aangifte verschuldigde belasting voor het tijdvak april 2019;
- vermindert de verschuldigde belasting voor het tijdvak april 2019 tot € 8.771;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar inzake de op aangifte verschuldigde belasting voor het tijdvak mei 2019;
- vermindert de verschuldigde belasting voor het tijdvak mei 2019 tot € 6.430;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar inzake de op aangifte verschuldigde belasting voor het tijdvak juni 2019;
- vermindert de verschuldigde belasting voor het tijdvak juni 2019 tot € 14.960;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;
- veroordeelt verweerder tot het betalen van een immateriële schadevergoeding aan eiseres tot een bedrag van € 500;
- draagt verweerder op de betaalde griffierechten van in totaal € 1.062 aan eiseres te vergoeden, te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf vier weken na de datum waarop deze uitspraak is gedaan tot aan de dag van voldoening;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.397.