Uitspraak
Verkort proces-verbaal
Feitelijk
3.Feiten
4.Geschil
Behandelverslag
Rechtbank Noord-Nederland
Eiser verzocht om ambtshalve vermindering van de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2014, waarbij hij een negatief loon van een groepsvennootschap had aangegeven. Verweerder weigerde dit verzoek op basis van een eerder gesloten compromis tijdens een zitting in 2018, waarin eiser had toegezegd geen nieuwe verzoeken over de betreffende jaren en onderwerpen in te dienen.
De rechtbank onderzocht of het verzoek van eiser onder het compromis viel. Hoewel het verkort proces-verbaal niet expliciet het loon van de betreffende vennootschap noemde, concludeerde de rechtbank op basis van het verweerschrift, de arbeidsovereenkomst, de vaststellingsovereenkomst en het behandelverslag dat het loon van deze vennootschap wel degelijk onder de besproken onderwerpen viel.
Eiser voerde aan dat het compromis niet op dit onderwerp van toepassing was, maar de rechtbank vond de uitleg van verweerder aannemelijker. De rechtbank besloot daarom dat verweerder terecht had geweigerd te beslissen op het verzoek om ambtshalve vermindering. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard, en de rechtbank wees tevens op samenhang met andere zaken en restitueerde het griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat verweerder terecht heeft geweigerd te beslissen op het verzoek om ambtshalve vermindering van de aanslag IB/PVV 2014.