Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[woonplaats](hierna: belanghebbende)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.De vaststaande feiten
Verkort proces-verbaal
Feitelijk
3.Feiten
4.Geschil
Behandelverslag
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende verzocht om ambtshalve vermindering van de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2014. De Inspecteur weigerde dit verzoek op grond van een eerder gesloten vaststellingsovereenkomst (compromis) uit 2018, waarin belanghebbende had toegezegd geen verdere verzoeken over de jaren 2012 tot en met 2016 in te dienen.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond. In hoger beroep betoogde belanghebbende dat het compromis niet rechtsgeldig was en dat het verzoek om vermindering niet door de vaststellingsovereenkomst werd belemmerd, omdat het uitsluitend betrekking had op negatief loon van een specifieke vennootschap binnen de groep. Het Hof oordeelde echter dat het compromis een vaststellingsovereenkomst is en dat de reikwijdte ervan ook het negatief loon van deze vennootschap omvatte.
Het Hof stelde vast dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de vaststellingsovereenkomst was vernietigd of nietig was. Ook oordeelde het Hof dat de Inspecteur terecht geen hoorzitting hield omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Verder wees het Hof het beroep af dat de rechtbank ten onrechte niet had gewacht met uitspraak op een samenhangende procedure over werknemersverzekeringen.
Het Hof concludeerde dat het dossier compleet was en dat het bestreden besluit in stand kon blijven. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.