Tot het procesdossier van de onderhavige zaak behoort verder het verweerschrift dat de Inspecteur heeft ingediend inzake de eerder bij de Rechtbank gevoerde procedure met nummer LEE 17/2566. In dat verweerschrift heeft de Inspecteur onder meer geschreven:
“
Feitelijk
Belanghebbende is in dienstbetrekking werkzaam geweest bij [naam3] B.V. (hierna: [naam3] ). Voor een uitgebreidere beschrijving van de feiten verwijs ik naar het vervolg bij Feiten. [naam3] is een onderneming die onder andere onder de naam [naam4] (www. [naam4] .nl) haar activiteiten uitoefent. De ondernemingsactiviteiten bestaan uit het ontwerpen, produceren en distribueren van wenskaarten, gifts, inpakpapier en feestartikelen. De onderneming is juridisch vormgegeven door middel van een aantal vennootschappen. Voor de onderneming zijn werknemers werkzaam die een arbeidsovereenkomst hebben met [naam3] . In het kader van die arbeidsovereenkomst werken zij voor meerdere onderdelen/vennootschappen van de onderneming c.q. de groepsvennootschappen waarin de onderneming wordt uitgeoefend.
Voor zijn werkzaamheden heeft belanghebbende loon ontvangen, welk loon door [naam3] in de loonadministratie is verwerkt. Dit heeft onder andere tot gevolg gehad dat het loon van belanghebbende in een jaaropgave- of overzicht is begrepen. Ik verwijs voor de ter zake doende gegevens naar de in bijlage 1 opgenomen overzichten van de loongegevens van belanghebbende voor de jaren 2008 tot en met 2017. Belanghebbende heeft deze gegevens ook altijd als zodanig in zijn aangiften inkomstenbelasting verantwoord. De gegevens van de aangiften inkomstenbelasting 2010 tot en met 2015 heb ik in bijlage 2 opgenomen. Voor zover mij bekend heeft belanghebbende, tot aan de aanvang van de huidige procedure c.q. discussie in de loop van 2017, nooit enig bezwaar tegen de (hoogte van de) looninkomsten van [naam3] kenbaar gemaakt. Voor een uitgebreidere beschrijving van de procedure verwijs ik naar het vervolg bij Procesverloop.
Belanghebbende is op enig moment kennelijk van mening geworden dat hij nog recht op loon heeft van zijn voormalig werkgever [naam3] dan wel een andere groepsvennootschap. Of dit zo is, is niet duidelijk. Zo is mij is niet bekend dat dit heeft geleid tot enige nabetaling door [naam3] of een groepsvennootschap die niet in de belastingheffing is begrepen.
Samenvattend meent belanghebbende recht te hebben op meer loon van [naam3] dan wel een andere groepsvennootschap. Dit heeft in casu geen fiscale gevolgen. Tot enige teruggave van belasting of premies kan dit niet leiden. Immers, als belanghebbende gelijk zou hebben, zou dit ertoe leiden dat belanghebbende meer belastingen en premies is verschuldigd. Voorts zou dit, in het geval belanghebbende gelijk zou hebben en dat zou leiden tot een nabetaling, pas op het moment van de nabetaling tot het gevolg kunnen leiden dat belanghebbende meer belasting of premies is verschuldigd. Tot slot is er dan pas sprake van een feit c.q. besluit dat onderwerp van een bezwaar- en beroepsprocedure kan zijn als sprake is van een inhouding en afdracht op aangifte dan wel een belastingaanslag die op de nabetaling ziet.
Ten overvloede merk ik nog op dat mij geen enkel signaal bekend is dat [naam3] ter zake van het loon van belanghebbende te veel of onjuist belasting en/of premies zou hebben ingehouden. Ook geeft hetgeen belanghebbende aanvoert hiertoe geen enkele aanleiding.
Daar waar belanghebbende doet voorkomen dat hij evenzovele dienstbetrekkingen heeft als dat er verschillende vennootschappen zouden zijn waarvoor hij afzonderlijk werkzaamheden zou hebben uitgevoerd, volgt dat niet uit de mij bekende feiten en omstandigheden. Dat dit zou (moeten) leiden tot een hogere inhouding of verschuldigdheid van belasting en/of premies is niet aannemelijk. (…)