ECLI:NL:RBNNE:2021:5456
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Waarde vaststelling agrarische bedrijfswoning per 1 januari 2019 volgens taxatiewijzer
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de waardebepaling van een agrarische bedrijfswoning per 1 januari 2019 centraal. Eiser stelt dat de waarde te laag is vastgesteld op €305.000 en bepleit een waarde van €375.000, onder meer op basis van hogere stichtingskosten. Verweerder handhaaft de waarde van €305.000 en baseert zich op de Taxatiewijzer Agrarisch, die is onderbouwd met recente transacties en een correctie voor bouwjaar.
De rechtbank stelt vast dat de stichtingskosten niet bruikbaar zijn voor de waardebepaling, omdat deze niet jaarlijks geïndexeerd kunnen worden en hogere bouwkosten niet automatisch een hogere waarde betekenen. De taxatiewijzer wordt passend geacht omdat er geen geschikte vergelijkingsobjecten beschikbaar zijn en deze methode een invulling geeft aan de vergelijkingsmethode zoals voorgeschreven in de Wet WOZ.
Verweerder heeft aannemelijk gemaakt dat de m3-prijs uit de taxatiewijzer, na een correctie van 20% voor het bouwjaar, de plaatselijke marktomstandigheden weerspiegelt. Eiser heeft deze correctie niet betwist. Ook de grondprijs en de waarde van de inpandige garage zijn niet in geschil. De rechtbank concludeert dat de waarde niet te laag is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €305.000 wordt ongegrond verklaard.