ECLI:NL:RBNNE:2021:5675
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing vertrouwensbeginsel bij beoordeling versterkingsprogramma woning Groningen
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (verweerder) aan eiser de toezegging heeft gedaan dat na een uitgevoerde inspectie van zijn woning een beoordeling zou volgen binnen het kader van het versterkingsprogramma Groningen.
Eiser ontving in 2017 een inspectie van zijn woning en werd geïnformeerd dat specialisten na inspectie zouden berekenen of versterking nodig was. Later werd in het primaire besluit vastgesteld dat zijn woning geen verhoogd risico had en daarom niet beoordeeld zou worden. Eiser maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank overweegt dat de toezegging tot beoordeling door verweerder is gedaan en dat eiser hierop gerechtvaardigde verwachtingen mocht baseren. Hoewel een spoedige beoordeling vertraging bij andere woningen kan veroorzaken, is dit nadeel gering. Daarom slaagt het beroep op het vertrouwensbeginsel.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit voor zover daarin is bepaald dat geen beoordeling zal plaatsvinden. Verweerder wordt opgedragen uiterlijk 1 juni 2022 de beoordeling uit te voeren volgens de NPR 9998 richtlijn. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen de woning uiterlijk 1 juni 2022 te beoordelen.