ECLI:NL:RBNNE:2021:5676
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen wegens verjaring bij aandelenlease
In deze bodemzaak tussen eiser en Dexia Nederland B.V. staat de vraag centraal of de vorderingen van eiser wegens een onrechtmatige daad en schending van zorgplicht zijn verjaard. Eiser stelde dat de verjaring was gestuit door een WCAM-procedure in 2005 en een opt-out verklaring in 2007, gevolgd door brieven in 2009 en 2012. Dexia betwistte de stuitende werking van de brieven en de opt-out verklaring.
De kantonrechter oordeelde dat de verjaringstermijn in 2005 is begonnen en door de WCAM-procedure en opt-out verklaring in 2007 is gestuit, waarna een nieuwe termijn van vijf jaar liep tot juli 2012. Omdat eiser niet kon aantonen dat hij voorafgaand aan de brieven van 2009 en 2012 een sommatiebrief had gestuurd die voldoet aan de wettelijke eisen, konden de vervolgbrieven de verjaring niet stuiten.
Ook de stelling van eiser dat Dexia in 2011 een erkenning deed van aansprakelijkheid werd niet voldoende onderbouwd. De rechtbank vond het beroep op verjaring door Dexia redelijk en billijk en wees de vorderingen af. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van eiser worden afgewezen wegens verjaring.