Tussen Dexia en [geïntimeerde] zijn in 2001 vijf effectenleaseovereenkomsten gesloten. De echtgenote van [geïntimeerde] vernietigde deze in 2006 wegens het ontbreken van haar toestemming. Dexia weigerde terugbetaling van de betaalde bedragen met rente. De kantonrechter verklaarde de overeenkomsten vernietigd en veroordeelde Dexia tot terugbetaling met wettelijke rente vanaf betaling, maar wees buitengerechtelijke kosten af.
In hoger beroep betwistte Dexia de rentevergoeding vanaf betaling en stelde dat rente pas vanaf twee weken na sommatie verschuldigd is. [geïntimeerde] voerde subsidiair onrechtmatige daad aan wegens schending zorgplicht en vergunningloze advisering door SpaarSelect, waarvan Dexia op de hoogte was.
Het hof oordeelde dat Dexia niet te kwader trouw was bij ontvangst betalingen, maar wel onrechtmatig handelde door het toestaan van vergunningloze advisering. De wettelijke rente is verschuldigd vanaf 29 juni 2006, maar vanwege onrechtmatige daad wordt volledige rente vanaf betaling toegekend. De buitengerechtelijke kosten worden niet toegewezen. Het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd, met gedeeltelijke toewijzing van het incidenteel hoger beroep.