Uitspraak
[gedaagde sub 2] ,
[gedaagde sub 3] ,
Rechtbank Noord-Nederland
De werknemer trad in juni 2017 in dienst op oproepbasis en werd sinds maart 2020 arbeidsongeschikt. De werkgever betaalde gedurende de eerste drie maanden van arbeidsongeschiktheid het volledige loon, waarna zij overging tot 70% loondoorbetaling.
De werknemer vorderde betaling van het verschil over de maanden juni tot en met november 2020, stellende dat hij gerechtvaardigd mocht vertrouwen op volledige doorbetaling vanwege de eerdere periode van 100% loon. De werkgever betwistte dit en stelde dat de wet een recht op 70% doorbetaling voorschrijft en dat geen bijkomende omstandigheden voor een hoger percentage aanwezig waren.
De kantonrechter oordeelde dat slechts een korte periode van volledige doorbetaling onvoldoende is om een gerechtvaardigd vertrouwen te wekken op voortzetting hiervan. Er was geen concrete toezegging of langdurige praktijk die dit vertrouwen ondersteunde. Daarom werd de loonvordering afgewezen en de proceskosten gecompenseerd.
Uitkomst: De loonvordering van de werknemer wegens vermeende volledige loondoorbetaling tijdens ziekte wordt afgewezen.