Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
- de pleitnotities van beide partijen ten behoeve van de comparitie,
- het proces-verbaal van comparitie van 27 oktober 2020.
2.Motivering
- [B] was vertegenwoordigingsbevoegd om namens GDIF in te stemmen met het opnemen van artikel 32 in Pro de overeenkomst tussen [A] en GD Nederland,
- dan wel GDIF heeft de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid van [B] bij [A] gewekt waardoor binding van GDIF aan deze bepaling is ontstaan,
- dan wel [B] moet aangemerkt worden als boodschapper van GDIF en heeft in deze rol namens GDIF aan [A] meegedeeld dat GDIF instemt met de inhoud van artikel 32.
3.De beslissing
24 maart 2021voor het nemen van een akte als bedoeld in rechtsoverweging 2.9., waarop GDIF bij antwoordakte kan reageren,