ECLI:NL:RBNNE:2021:634
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond: bewijsvermoeden mijnbouwschade weerlegd en herstel voldoende
Eiser diende een aanvraag in voor schadevergoeding wegens aardbevingsschade aan zijn woning veroorzaakt door mijnbouwactiviteiten. Verweerder kende een schadevergoeding toe, maar weigerde een hoger bedrag voor herstel van de muur toe te kennen. Eiser maakte bezwaar en stelde dat de bolling van de muur ook mijnbouwschade was en dat de herstelmethode onvoldoende was.
De rechtbank oordeelde dat het wettelijk bewijsvermoeden van artikel 6:177a BW van toepassing is, maar dat verweerder dit vermoeden voldoende heeft weerlegd met deskundigenrapporten die stellen dat de bolling het gevolg is van zettingsschade door constructiekrachten en niet door bodembeweging door gaswinning. De rechtbank vond de deskundigenrapporten overtuigend en de argumenten van eiser over trillingssnelheden en grondversnelling onvoldoende.
Verder stelde de rechtbank vast dat de scheurvorming wel mijnbouwschade is en dat het herstel daarvan kan worden volstaan met het vervangen van voegwerk, zoals geadviseerd door de deskundigen. Het toegekende bedrag voor herstel werd als toereikend beoordeeld. De vermeende partijdigheid van de deskundige Handgraaf werd verworpen omdat hij onafhankelijk was en geen concrete aanwijzingen voor onpartijdigheid waren aangevoerd.
De rechtbank verklaarde het beroep van eiser ongegrond en wees een proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door rechter R.L. Vucsán op 25 februari 2021.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.