Op 29 augustus 2019 verleende het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden een omgevingsvergunning aan een vergunninghouder voor het verplaatsen van drie recreatiearken naar locatie De Burd en het aanleggen van vlonders. Eisers maakten bezwaar en stelden beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank stelde vast dat de vergunning was gebaseerd op een eerder verleende omgevingsvergunning van 2 mei 2019 die het planologisch mogelijk maakte om de recreatiearken te plaatsen. Deze eerdere vergunning was echter vernietigd door de rechtbank in een aparte procedure, waardoor het planologische regime voor de locatie niet langer van toepassing was.
Omdat de onderbouwing van het bestreden besluit daardoor verviel en het initiatief in strijd was met het bestemmingsplan, kon het besluit niet in stand blijven. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Verweerder moet opnieuw beslissen op de aanvraag van 28 mei 2019.