ECLI:NL:RBNNE:2021:986
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermogensetikettering cultuurgrond bij gedeeltelijke staking onderneming
Eiser en zijn echtgenote dreven een onderneming in de landbouwsector, waarbij in 2011 het deel van de onderneming dat zich richtte op akkerbouw en tuinbouw werd gestaakt en de cultuurgrond werd verpacht. In 2015 werd de gehele onderneming gestaakt. De Belastingdienst rekende de boekwinst op de cultuurgrond in 2015 tot de stakingswinst, omdat eiser de grond tot het ondernemingsvermogen bleef rekenen.
Eiser stelde dat de cultuurgrond vanaf 2011 ten onrechte tot het ondernemingsvermogen werd gerekend en dat deze fout volgens de foutenleer in 2015 hersteld moest worden. De rechtbank oordeelde dat de hoofdregel van de Hoge Raad, dat bij staking van een onderneming activa naar het privévermogen moeten worden overgebracht, ook geldt bij gedeeltelijke staking. De door verweerder aangevoerde uitzondering op basis van onzekerheden werd niet aannemelijk gemaakt.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, en stelde de aanslag IB/PVV 2015 vast op een lager bedrag zonder belastingheffing over de boekwinst. Tevens werd de belastingrente verminderd en verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De aanslag IB/PVV 2015 wordt verminderd doordat de cultuurgrond in 2011 verplicht naar het privévermogen had moeten worden overgebracht.