ECLI:NL:HR:2003:AF5826
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over fiscale behandeling van koopoptie bij staking onderneming
Belanghebbende exploiteerde sinds 1973 een detailhandel en huurde een winkelpand via een lease-overeenkomst met een koopoptie. In 1976 droeg hij zijn onderneming over aan een BV, waarna in 1992 de koopoptie werd verkocht aan deze BV en uitgeoefend jegens de verhuurder.
Het hof oordeelde dat de koopoptie vanwege onzekerheid omtrent de afwikkeling tot het ondernemingsvermogen bleef behoren, waardoor de boekwinst niet tot stakingswinst werd gerekend. Belanghebbende stelde cassatie in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad stelt dat bij staking normaal gesproken activa overgaan naar het privévermogen, tenzij er onzekerheden uit de ondernemingssfeer zijn. Hier was die onzekerheid niet vanuit de onderneming ontstaan, waardoor de koopoptie vanaf 1976 tot het privévermogen behoort en de boekwinst tot de stakingswinst moet worden gerekend.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof, behoudt beslissingen over griffierecht en proceskosten, en verwijst de zaak terug naar het hof voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de Staat tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor herbeoordeling met inachtneming dat de koopoptie vanaf 1976 tot het privévermogen behoort.