Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.De beoordeling
De echtgenoot die in een kalenderjaar meer heeft bijgedragen in de kosten van de huishouding dan hij op grond van het bepaalde in dit artikel zou moeten dragen, kan dit meerdere van de andere echtgenoot terugvorderen, mits hij die vordering instelt binnen een jaar na afloop van het desbetreffende kalenderjaar.
De verrekening vindt plaats doordat de ene partij aan de andere partij een zodanig bedrag uitkeert dat na de uitkering ieders vermogen gelijk is aan de helft van de gezamenlijke vermogens van de echtgenoten die in de verrekening moeten worden betrokken.
(...)
(…)
Indien de verrekening plaats vindt bij ontbinding van het huwelijk door echtscheiding of bij scheiding van tafel en bed, worden niet in de verrekening betrokken:
- U gaat trouwen buiten gemeenschap van goederen. Dat wil zeggen dat ieder van u het zijne/hare behoudt, waaronder ook begrepen eventuele schulden.
- De kosten van de huishouding moeten door ieder (gedeeltelijk) worden betaald naar evenredigheid (in verhouding) van de inkomens.
- De inkomsten zoals die door u beiden worden verdiend tijdens het huwelijk zijn echter ‘gemeenschappelijk’ in die zin dat u jegens elkaar verplicht bent om de inkomsten die u niet heeft besteed aan de kosten van de huishouding onderling te verrekenen. Hierdoor kan ieder tijdens het huwelijk evenveel sparen.
- Indien het huwelijk eindigt dan worden de vermogens onderling verrekend alsof er een gemeenschap van goederen tussen u zou hebben bestaan, met dien verstande dat indien het huwelijk eindigt door echtscheiding, het ondernemingsvermogen buiten beschouwing blijft.
4.De beslissing
pro formawordt voortgezet op
25 augustus 2022, teneinde partijen in de gelegenheid te stellen de rechtbank te berichten of appel is ingesteld tegen deze beschikking;
Arnhem-Leeuwarden.