ECLI:NL:RBNNE:2022:1773
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om toestemming voor beveiligingswerkzaamheden na rijden onder invloed
Verzoeker heeft op 6 november 2018 onder invloed van amfetamine een verkeersongeval veroorzaakt en is daarvoor op 17 juni 2020 veroordeeld met een ontzegging van de rijbevoegdheid. Op 6 april 2022 heeft de korpschef de toestemming voor beveiligingswerkzaamheden aan verzoeker onthouden. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening, die op 25 mei 2022 werd behandeld.
De voorzieningenrechter overweegt dat rijden onder invloed een ernstige aantasting van de rechtsorde vormt en dat de betrouwbaarheid van verzoeker daarom niet zonder meer kan worden aangenomen. Het ongeval was ernstig doordat een wiel losraakte en een tegemoetkomende auto raakte. De veroordeling ligt binnen de vierjarige terugkijktermijn die geldt voor het beoordelen van betrouwbaarheid in de beveiligingssector.
Verzoeker voerde aan dat hij psychische hulp heeft gehad en hersteld is, en dat de rechterlijke uitspraak pas geruime tijd na het delict is gedaan. De voorzieningenrechter acht het belang van een betrouwbare uitvoering van beveiligingswerkzaamheden zwaarder dan de persoonlijke omstandigheden van verzoeker. Er is onvoldoende bewijs dat verzoeker zijn problemen volledig heeft overwonnen.
De voorlopige voorziening wordt afgewezen. In de bezwaarprocedure moet verzoeker zijn vooruitgang nader onderbouwen met bijvoorbeeld een rapportage van een behandelaar. Verweerder moet vervolgens motiveren of de terugkijktermijn vanaf de datum van de veroordeling moet worden gerekend gezien het tijdsverloop tussen delict en vonnis.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de onthouding van toestemming voor beveiligingswerkzaamheden wordt afgewezen.