ECLI:NL:RVS:2021:2548
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Intrekking toestemming beveiligingswerkzaamheden wegens rijden onder invloed niet redelijk
De korpschef van politie trok op 24 juni 2020 de toestemming in die aan het MBO Amersfoort was verleend om appellante beveiligingswerkzaamheden te verrichten, vanwege een strafbeschikking voor rijden onder invloed van alcohol op 13 maart 2020. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze intrekking ongegrond en oordeelde dat de korpschef in redelijkheid had gehandeld.
Appellante stelde dat zij niet onbetrouwbaar is, mede omdat het CBR geen alcoholmisbruik had vastgesteld, zij een educatieve cursus had gevolgd en het OM een lagere straf had opgelegd. De Raad van State overwoog dat hoewel rijden onder invloed een ernstige aantasting van de rechtsorde is en hogere eisen aan beveiligers worden gesteld, de intrekking in dit geval onevenredig is vanwege haar blanco strafblad, de cursus, begeleiding tijdens stage en haar jonge leeftijd.
De Raad van State vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, herroept het intrekkingsbesluit en bepaalt dat de toestemming voor beveiligingswerkzaamheden wordt hersteld. Tevens veroordeelde de Raad de korpschef tot vergoeding van proceskosten. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het hoger beroep hiermee is afgerond.
Uitkomst: De intrekking van de toestemming voor beveiligingswerkzaamheden wordt vernietigd en de toestemming wordt hersteld.