ECLI:NL:RBNNE:2022:1962
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening compensatie transitievergoeding bij wisselende arbeidsduur
Eiseres betwistte de vaststelling van de compensatie van de transitievergoeding door het UWV, omdat het UWV uitging van een vaste arbeidsduur van 36 uur per week terwijl uit loonstroken bleek dat de ex-werknemer een wisselende arbeidsduur had. De arbeidsovereenkomst vermeldde een vaste arbeidsduur, maar feitelijk werkte de werknemer structureel meer uren met overwerkvergoeding.
De rechtbank stelde vast dat het UWV de wettelijke bepalingen omtrent wisselende arbeidsduur niet juist toepaste. Volgens artikel 2 van Pro het Besluit loonbegrip had het UWV moeten uitgaan van het gemiddeld gewerkte aantal uren in het kalenderjaar 2014, het laatste jaar voorafgaand aan de ziekte van de werknemer.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en gaf het UWV zes weken de tijd om een nieuw besluit op bezwaar te nemen, rekening houdend met de juiste berekeningsgrondslagen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen met correcte berekening van de transitievergoeding.