Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[naam kind] ,
De Raad voor de Kinderbescherming,
[naam moeder] ,
[naam vader] ,
Het procesverloop
De feiten
De beoordeling
voorlopigafgewezen.
De beslissing
Arnhem-Leeuwarden
Rechtbank Noord-Nederland
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de kinderrechter om een machtiging voor gesloten jeugdhulp voor een tienjarig kind dat zijn moeder ernstig heeft verwond. De kinderrechter stelde het kind voorlopig onder toezicht en verleende een machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie, onder de voorwaarde dat schriftelijke onderbouwing zou volgen.
Na ontvangst van aanvullende informatie en een verklaring van een gedragswetenschapper beoordeelde de kinderrechter dat onvoldoende concrete feiten de noodzaak van gesloten plaatsing rechtvaardigen. Er was geen bewijs dat het kind zich onttrekt aan hulp of dat een minder ingrijpend alternatief niet mogelijk is. De gedragswetenschapper onderschreef de noodzaak niet volledig en stelde dat diagnostiek ook in een open setting mogelijk is.
De kinderrechter constateerde dat geen psychiatrische crisismaatregel was overwogen, terwijl dit passend zou kunnen zijn. Daarom werd het verzoek tot gesloten plaatsing afgewezen en werd het kind direct overgeplaatst naar een open afdeling. De voorlopige ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing voor twee weken in een open setting werden bevestigd, met een mondelinge behandeling gepland en toevoeging van een advocaat voor het kind.
Uitkomst: Verzoek tot machtiging voor gesloten jeugdhulp wordt afgewezen; kind voorlopig onder toezicht en geplaatst in open setting.