Eiseres, een alleenstaande ouder met een kind dat recht heeft op een bescheiden wezenpensioen en een eenmalige afkoopsom, ontving bijstand vanaf 2014. Verweerder startte een heronderzoek na het overlijden van de vader van het kind en stelde dat de pensioenbedragen als inkomen moesten worden gezien en dus verrekend met de bijstand. Verweerder legde een herziening en terugvordering van € 452,17 op en een boete wegens schending van de inlichtingenplicht.
Eiseres maakte bezwaar en voerde aan dat de bedragen tot het vermogen van haar kind behoren en onder de vermogensgrens vallen, waardoor terugvordering niet gerechtvaardigd is. De rechtbank oordeelt dat de bedragen bescheiden zijn en vergelijkbaar met zakgeld, en dat het beleid van verweerder het mogelijk maakt om giften tot € 600 per jaar vrij te laten. Hierdoor is geen sprake van een schending van de inlichtingenplicht die herziening en terugvordering rechtvaardigt.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de primaire besluiten, herroept de herziening en boete, en veroordeelt verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter J. Boerlage-van den Bosch op 24 juni 2022.