ECLI:NL:RBNNE:2022:2274
Rechtbank Noord-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging gesloten jeugdhulp voor tienjarig kind
In deze zaak gaat het om een tienjarig kind dat vanwege ernstig agressief en onvoorspelbaar gedrag jegens zijn moeder voorlopig onder toezicht is gesteld en waarvoor een machtiging tot gesloten jeugdhulp is aangevraagd. De kinderrechter wees aanvankelijk een verzoek tot gesloten plaatsing af, maar verleende wel een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp.
De gecertificeerde instelling (GI) ging in hoger beroep tegen de afwijzing van de gesloten machtiging. Het hof Arnhem-Leeuwarden vernietigde de beschikking van de kinderrechter en verleende zelf de machtiging tot gesloten plaatsing met ingang van 30 juni 2022 voor vier weken, terugwerkend tot 21 juni 2022. Hierdoor was de kinderrechter niet langer bevoegd om over dit verzoek te beslissen.
De kinderrechter bevestigt in zijn beschikking van 4 juli 2022 dat de voorlopige ondertoezichtstelling op goede gronden is verleend en verklaart dat er geen belang meer bestaat bij een verdere behandeling van het verzoek tot gesloten jeugdhulp, omdat het hof reeds een beslissing heeft genomen. De zaak betreft complexe en ernstige gedragsproblemen die een gesloten setting noodzakelijk maken, mede vanwege het gevaar voor het kind en zijn omgeving.
De kinderrechter benadrukt de wettelijke en verdragsrechtelijke criteria voor gesloten jeugdhulp, waaronder het vereiste van ernstige ontwikkelingsbedreiging, noodzaak tot gesloten verblijf, en het ultimum remedium-karakter van deze maatregel. De advocaat van het kind betoogde dat een open setting voldoende zou zijn en dat een diagnose ontbreekt, maar dit werd door het hof niet gevolgd.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het hoger beroep kan worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: De voorlopige ondertoezichtstelling wordt bevestigd en het verzoek tot gesloten plaatsing is reeds door het hof toegewezen, waardoor de kinderrechter geen verdere beslissing neemt.