Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.De verzoeken
4.De beoordeling
Ten eerste heeft de vrouw de rechtbank niet van de noodzaak van de verhuizing kunnen overtuigen. Uit de stukken en het ter zitting verhandelde is naar het oordeel van de rechtbank niet vast komen te staan dat de werkzaamheden van de vrouw alleen maar vanuit de regio [plaatsnaam 2] uitgevoerd kunnen worden en dus dat de fysieke aanwezigheid van de vrouw in die regio noodzakelijk is. Uit de website van de onderneming blijkt dat de dienstverlening van de vrouw en haar zakenpartner hoofdzakelijk online wordt vormgegeven. Hoewel de vrouw heeft uitgelegd dat er plannen zijn om ook meer 'offline' coaching-dagen aan te bieden en zij ook face-to-face haar personeelsleden wil kunnen aansturen, is de rechtbank van oordeel dat dit gegeven de verhuizing niet noodzakelijk maakt. Datzelfde geldt voor het feit dat de zakenpartner van de vrouw in [plaatsnaam 2] woont. De manier waarop de vrouw en haar zakenpartner hun onderneming wensen in te richten - waar zij zich vestigen, welke diensten zij aanbieden en hoe zij de werkzaamheden inrichten - is immers een keuze en geen vaststaand gegeven. De vrouw heeft de rechtbank er niet van kunnen overtuigen dat er geen serieuze andere mogelijkheid is dan het vormgeven c.q. uitbreiden van de onderneming in de regio [plaatsnaam 2] . Dat de regio [plaatsnaam 2] de sterke voorkeur van de vrouw heeft, is iets anders dan een noodzaak.
5.Beslissing
donderdag 14 april 2022in tegenwoordigheid van de griffier.
Arnhem-Leeuwarden