ECLI:NL:RBNNE:2022:2821

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
4 augustus 2022
Publicatiedatum
4 augustus 2022
Zaaknummer
LEE 22/2566
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13b Opiumwet
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening sluiting woning op grond van Opiumwet

De voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Nederland heeft op 4 augustus 2022 het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Verzoeker had bezwaar gemaakt tegen het besluit van de burgemeester van Meppel om zijn woning voor drie maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet.

In de woning werd 0,58 gram cocaïne aangetroffen, wat als een handelshoeveelheid wordt beschouwd, zij het een kleine overschrijding. Daarnaast werden diverse chemische middelen gevonden die gebruikt kunnen worden bij de productie van drugs, waaronder een grote hoeveelheid van het versnijdingsmiddel levasimol. Dit rechtvaardigt de bevoegdheid van de burgemeester om de woning te sluiten.

De voorzieningenrechter oordeelde dat de sluiting een geschikt en noodzakelijk middel is om de woning aan het drugscircuit te onttrekken en daarmee het woon- en leefklimaat en de openbare orde te beschermen. Hoewel de woning al geruime tijd niet bewoond wordt en verzoeker mogelijk terugkeert uit Iran, is de korte duur van drie maanden proportioneel.

De belangenafweging wees uit dat het algemeen belang bij sluiting zwaarder weegt dan het belang van verzoeker om in de woning te verblijven. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling. De uitspraak is in het openbaar gedaan door voorzieningenrechter F. Sijens en griffier H.A. Hulst.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 22/2566
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 augustus 2022 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[naam] , uit [woonplaats] , verzoeker

(gemachtigde: S. Yazir),
en

de burgemeester van de gemeente Meppel (burgemeester)

(gemachtigden: G. Siebel en J. Oostra).

Zitting

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 4 augustus 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigden van de burgemeester.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Inleiding

In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het besluit van 27 juli 2022 van de burgemeester om de woning van verzoeker ( [adres] ) voor de duur van drie maanden te sluiten. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Bevoegdheid van de burgemeester
In de woning is 0,58 gram cocaïne aangetroffen. Dit geldt als een handelshoeveelheid, maar het is een kleine overschrijding. Daarnaast is er een groot aantal chemische middelen aangetroffen die gebruikt kunnen worden bij de productie van drugs, waaronder een grote hoeveelheid van het versnijdingsmiddel levasimol. Om die reden is de burgemeester bevoegd de woning te sluiten.
Geschikt, noodzakelijk en evenwichtig
Gezien de zojuist genoemde combinatie van aanwezige middelen en de vondst van de cocaïne, moet de woning aan [adres] aangemerkt worden als een drugspand. De sluiting is een geschikt middel om de woning aan het drugscircuit te onttrekken. De burgemeester heeft ook goed uitgelegd waarom de sluiting noodzakelijk is om de buurtbewoners te beschermen tegen de gevaren van criminele activiteiten in hun leefomgeving. Het klopt dat zich op dit moment geen incidenten voordoen, maar dat kan zo weer veranderen. De burgemeester moet kunnen ingrijpen om te laten zien dat hij het woon- en leefklimaat en de openbare orde beschermt.
Ten slotte moet de burgemeester een belangenafweging maken tussen het algemeen belang bij de sluiting en het belang van verzoeker om in het huis te verblijven. Dat laatste belang weeg minder zwaar. Al geruime tijd wordt het huis niet bewoond en dat is nu nog steeds niet het geval. Misschien komt verzoeker terug uit Iran, maar omdat verweerder voor een sluiting van slechts drie maanden heeft gekozen, is het gekozen middel van sluiting proportioneel.

Conclusie en gevolgen

De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af. Dat betekent dat de burgemeester de woning kan sluiten. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 augustus 2022 door mr. F. Sijens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.A. Hulst, griffier.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.